Verkennend waterbodemonderzoek voor toekomstige vaarwegverruiming
Het doel van het onderzoek was om vast te stellen of de vrijkomende baggerspecie veilig verspreid kon worden in zout oppervlaktewater en om een wettelijke milieuhygiënische verklaring op te stellen voor de voorgenomen werkzaamheden.
Zorgvuldige voorbereiding en efficiënte uitvoering op zee
Omdat de bemonstering volledig op zee plaatsvond, was een gedetailleerde voorbereiding essentieel. Samen met Rijkswaterstaat stelden wij eerst een bemonsteringsstrategie op. Deze strategie werd vervolgens afgestemd met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), zodat vooraf duidelijkheid bestond over de uitvoering en de onderzoeksopzet.
Na goedkeuring startte het fysieke veldwerk vanaf het Rijkrederijschip Zirfaea. Met behulp van een Vibrocorer en Boxcorer werd de vaargeul systematisch onderzocht. In totaal zijn 238 boringen uitgevoerd verspreid over het volledige onderzoeksgebied.
Uit de verzamelde monsters werden 25 mengmonsters samengesteld voor laboratoriumonderzoek naar de chemische samenstelling van de waterbodem. Daarnaast werd het zandgehalte van de vrijkomende specie bepaald, zodat ook de fysische eigenschappen van het materiaal inzichtelijk werden gemaakt.
Resultaat: schoon zandig watersysteem
Dankzij de duidelijke onderzoeksstrategie, goede afstemming met betrokken partijen en efficiënte uitvoering verliep het project soepel en met minimale risico’s.
Uit het verkennend waterbodemonderzoek bleek dat sprake is van een schoon zandig watersysteem. De resultaten tonen aan dat de te baggeren waterbodem verspreid mag worden in zout oppervlaktewater. De onderzoeksbevindingen zijn voorgelegd aan ILT en vormen de wettelijke milieuhygiënische onderbouwing voor de geplande baggerwerkzaamheden.